Toespraak burgemeester Robert van Rijn op 4 mei

Tijdens de Dodenherdenking op 4 mei hield burgemeester Robert van Rijn een toespraak met als thema 'De geschiedenis begrijpen'.
Toespraak
Geachte aanwezigen, dames en heren,
Vandaag zijn wij hier samen op de Brink in Laren. In stilte, in verbondenheid en in het besef dat vrijheid nooit vanzelfsprekend is.
In het bijzonder heet ik welkom gastspreker, de heer Steven Weinberg, die vanavond zijn persoonlijke verhaal met ons wil delen.
Ook heet ik welkom de verzetsmensen, slachtoffers van de oorlog en hun familie en veteranen. Wij stellen uw aanwezigheid zeer op prijs.
Wij herdenken vandaag alle Nederlanders, burgers én militairen, die in ons Koninkrijk of waar ook ter wereld zijn omgekomen of vermoord in oorlogssituaties en bij vredesoperaties, sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.
En wij staan stil bij het feit dat oorlog niet tot het verleden behoort.
Wij herdenken hen niet alleen als namen in een geschiedenisboek, maar als mensen van vlees en bloed. Met dromen, met families, met een toekomst die hun is ontnomen.
Herdenken is meer dan terugkijken. Het is herinneren en herhalen: wat is gebeurd, en wat nooit meer mag gebeuren.
Het nationale thema van dit jaar roept ons op om de geschiedenis te leren begrijpen. Want wie niet begrijpt wat er is gebeurd, loopt het risico de signalen van onrecht, uitsluiting en ontmenselijking te laat te herkennen.
Dat vraagt van ons dat wij blijven leren, blijven doorgeven en blijven begrijpen, niet alleen wat er is gebeurd, maar ook hoe het kon gebeuren.
Juist daarom is het zo waardevol dat wij vanavond ook luisteren naar het verhaal van Steven Weinberg. In zijn persoonlijke verhaal wordt zichtbaar hoe de grote geschiedenis ingrijpt in het leven van gewone mensen. Zijn verhaal helpt ons niet alleen te herdenken, maar ook werkelijk te begrijpen.
Ook hier in Laren heeft de oorlog diepe sporen nagelaten. Achter de namen van onze dorpsgenoten gaan verhalen schuil van vervolging, verzet, angst en verlies.
Joodse inwoners die werden weggevoerd en nooit terugkeerden. Onderduikers die hier hoop zochten, maar toch werden ontdekt. Verzetsmensen die hun leven riskeerden en verloren voor de vrijheid van anderen.
Zij woonden hier. Liepen over dezelfde straten. Keken uit over dezelfde Brink. Hun afwezigheid is nog altijd voelbaar.
Herdenken betekent dat wij hen blijven zien. Dat wij hun namen blijven noemen. En dat wij hun verhalen blijven doorgeven – juist nu de generatie die de oorlog zelf heeft meegemaakt steeds verder van ons afraakt. Het is aan ons allemaal, en in het bijzonder aan de jongere generaties, om deze verhalen levend te houden.
Na de Tweede Wereldoorlog bleef vrijheid onder druk staan.
In verschillende delen van de wereld, zoals in voormalig Joegoslavië, Libanon en Afghanistan, zagen militairen en hulpverleners hoe snel samenlevingen kunnen ontwrichten. Hoe fragiel vrede is. En hoe groot de impact kan zijn, ook mentaal, voor wie daar heeft gediend en terugkeert met ervaringen die niet verdwijnen. We zien dagelijks dat, aan de andere kant van Europa, in Oekraïne het volk strijdt voor haar vrijheid. En ook de vrijheid van Europa. Onze vrijheid.
Vrijheid is kwetsbaar. En menselijkheid is dat ook.
De wereld om ons heen laat zien dat oorlog, onderdrukking en uitsluiting nog steeds bestaat. Soms ver weg, soms dichterbij dan wij denken.
Zelf heb ik, in Polen in de jaren tachtig, van dichtbij gezien en misschien pas later ten volle begrepen, hoe het is wanneer een regime bepaalt wat je mag denken, studeren, zeggen of zijn.
Wie die werkelijkheid heeft gezien, weet des te meer hoe kostbaar vrijheid is.
Voormalig secretaris-generaal van de NAVO Jens Stoltenberg zegt: “Vrijheid is nooit vanzelfsprekend. Zij moet telkens opnieuw worden beschermd en doorgegeven.”
Die woorden raken de kern van deze avond. Vrijheid is geen bezit, maar een opdracht.
Maar herdenken is ook een spiegel voor het heden.
Juist in een tijd waarin de wereld onrustig en onvoorspelbaar voelt, worden wij geconfronteerd met de vraag: wat doen wij met de vrijheid die wij hebben?
Vrijheid vraagt iets van ons. Het vraagt om waakzaamheid, om moed en om de bereidheid om voor elkaar op te komen.
Vrijheid vraagt dat wij opstaan tegen onrecht. Dat wij niet wegkijken wanneer anderen worden uitgesloten. En dat wij blijven geloven in de kracht van democratie, rechtvaardigheid en menselijkheid.
Vrijheid vraagt ook verantwoordelijkheid. Niet alleen de vrijheid om te kiezen, maar ook de bereidheid om verantwoordelijkheid te dragen voor de ander. Vrijheid zonder verantwoordelijkheid verliest haar betekenis.
In een samenleving waarin verschillen soms groter lijken dan wat ons verbindt, is het juist onze opdracht om verbinding te zoeken. Om elkaar te blijven zien als mens.
Dat begint klein. In hoe wij spreken. In hoe wij luisteren. In hoe wij ruimte maken voor elkaars verhaal.
Daarvoor is ook iets anders nodig: het vermogen om verschillende perspectieven te zien. Om ons in elkaar te verdiepen. Om niet direct te oordelen, maar eerst te begrijpen.
Laren is een gemeenschap waarin wij elkaar kennen en samenleven. Juist hier kunnen wij laten zien wat verantwoordelijkheid in vrijheid betekent: door naar elkaar om te zien en niemand buiten te sluiten.
Vanavond, in de stilte die zo meteen zal vallen, denken wij aan hen die er niet meer zijn. Aan hun moed. Aan hun offers. Aan hun leven.
En in die stilte klinkt ook een opdracht: om hun herinnering levend te houden. Om te blijven herinneren, en te blijven herhalen wat nooit meer mag gebeuren.
Laten wij die opdracht serieus nemen. Niet alleen vandaag, maar elke dag opnieuw.
Wij vergeten niet. En wij zullen niet vergeten.
